Internationaal HRM
Aanstekelijk enthousiasmeren

Bon matin,

Voilà! Monsieur Maassen! Bienvenue! Comment-allez vous? Restez-vous longtemps? Nous avons beaucoup de blablabla. ... en dan volgt er een stroom Frans die meestal nauwelijks te volgen is. Maar, ik kan er me telkens opnieuw op verheugen, dat warme en enthousiaste welkom op de Franse camping waar mijn vrouw en ik nu al weer enkele jaren achtereen graag naar toe gaan met onze 2 meidenkids. Heerlijk! Het is onze favoriete bestemming als we een korte periode vrij zijn, zoals nu met de mei-vakantie. Niet ver weg, goed verzorgd, leuke omgeving, prima eten en ... zeer aardig personeel!



Door : Michiel Maassen | 30-05-2010 23:31 | Categorie : Internationaal HRM (0)
Arbeidspotentieel in de BRIC landen

Hoe zou het zijn om nu een bedrijf te beginnen in de BRIC landen? En met behulp van ver ontwikkelde kennis en contacten daar een bedrijf op te bouwen? Een prachtige uitdaging, toch? En een die héél vaak wordt aangegaan door mensen uit de BRIC landen. Een interessante uitdaging voor HR, om eens een kijkje te nemen in deze landen. Misschien aanschouwen we daar onze toekomst?



Door : Chris Stapper | 06-01-2010 23:15 | Categorie : Internationaal HRM (1)
De Europese (wervings) droom

Voor ik op vakantie ging las ik een zin die enige tijd door mijn hoofd heeft gespookt. De wervingsprocedure bij de Europese Unie duurt nu geen twee jaar meer. De eerste keer dat ik die zin las, drong er weinig tot me door, dus las ik het nog een keer. "De wervingsprocedure bij de Europese Unie duurt nu geen twee jaar meer". U leest het goed, twee jaar. Ooit heeft het twee jaar geduurd voor je bij de EU kon werken. Dat roept bij mij allerlei vragen op.

Hoe kan de EU concurreren met bijvoorbeeld.. het hele bedrijfsleven. Hoe aantrekkelijk is het om twee jaar op een baan te wachten? Natuurlijk heeft zo'n groot en belangrijk orgaan een bepaalde aantrekkingskracht. Maar twee jaar is een hele goede manier om aantrekkingskracht te laten verslappen.
Maar ik blijf teveel hangen in die twee jaar. Op P&O Actueel is te lezen dat de wervingsprocedure nog hooguit 5 a 9 maanden zal duren. Dat is al een stuk beter, maar 5 maanden is nog steeds erg lang voor een wervingsprocedure.

De procedure
Laten we eerst eens bekijken waar we over praten. Informatie over de procedure staat uiteraard online beschreven. "Solliciteren naar een baan bij de EU is een vak apart", lees ik op de website werkenbijdeoverheid.nl. Dat is een bemoedigende stelling...
Om aangesteld te worden op een vaste functie moet je een concours doorlopen. Dit concours is een toelatingsexamen en het bestaat uit een voorselectie, een schriftelijk tentamen en een mondeling tentamen. En laat ik de website citeren "je moet er op rekenen dat de hele procedure minimaal een jaar duurt". Voor een grootschalig concours kun je zelfs een training volgen, om je beter voor te bereiden. Maar het allermooiste komt nog, want als je het concours hebt afgerond, dan ben je er nog niet. Je komt dan op een reservelijst te staan. En alleen de beste kandidaten krijgen een plaatsje op de reservelijst.

Het tijdelijke contract
Gelukkig is het concours niet de enige manier om aan de slag te gaan bij de EU. Een andere mogelijkheid is het tijdelijke contract. Een 'tijdelijke medewerker' heeft geen vaste baan, maar krijgt een aanstelling van drie tot vijf jaar. De arbeidsvoorwaarden zijn precies dezelfden als die voor vaste medewerkers.

Dat roept vragen op...
Dat roept een heleboel vragen op, maar laat ik me beperken tot de belangrijksten..

Wil iedereen een tijdelijk contract?
Helaas heb ik geen cijfers gevonden van hoeveel mensen solliciteren naar een tijdelijk contract en hoeveel mensen een vaste aanstelling willen. Een 'tijdelijke' aanstelling van 3-5 jaar lijkt mij helemaal niet zo tijdelijk. Als ik om me heen kijk is het behoorlijk als iemand ergens 3 jaar werkt, jobhoppen is een goede manier om vooruit te gaan, of in ieder geval is de gedachte dat dit zo is erg populair. De arbeidsvoorwaarden zijn precies hetzelfde, dus waarom zou je voor de vaste aanstelling gaan?
Natuurlijk is de overheid iets anders dan in het bedrijfsleven, maar als de overheid mensen uit het bedrijfsleven wil aantrekken (wat mij met een krappe arbeidsmarkt niet onwaarschijnlijk lijkt), dan zou hier toch iets mee moeten gebeuren.

Hoe populair is de EU?
De EU moet ongekend populair zijn als werkgever. Of een enorm laag verloop hebben. Als een bedrijf een wervingsprocedure van 5-9 maanden op haar website zou aankondigen, zou het aantal sollicitaties erg gering zijn. Om maar niet te spreken van de ongenadige aandacht van de blogosphere.

Kwaliteit van personeel
Maar wat me het meest verbaast zijn de eisen. 5-9 maanden, a la. Erg lang, maar, waar is het voor nodig? Dat concours is blijkbaar erg belangrijk. En gezien de reservelijst en het vermelden van de 'hoge cijfers', 'alleen de besten komen er op', wordt er gezocht naar echt toptalent. En parallel aan deze enorme tijdsbesteding is daar dat tijdelijke contract, dat blijkbaar veel minder garantie biedt op een kwalitatief goede medewerker. En toch worden ook de tijdelijke werknemers aangenomen en geplaatst.
Dat snap ik niet. In mijn ogen ontneemt die concours je de kans op kwalitatief goede medewerkers. Als ik aan het bedrijfsleven denk, dan zitten die na 5 maanden al lang ergens anders.
En tegelijk: zon tijdelijke medewerker kan ook een goede kandidaat zijn. Maar omdat hij niet via een concours binnen is gekomen, wordt hij niet vast aangesteld en beperkt in zijn loopbaan. Goede manier om mensen weg te jagen?

Om kort te gaan
Ik snap niet hoe de eisen zo hoog kunnen liggen. Misschien is de EU echt ongekend populair. Misschien heeft de EU niet zon grote last van een krappe arbeidsmarkt, omdat het personeel uit heel Europa kan komen. Maar toch lijkt dit systeem me overbodig bureaucratisch.
Eén ding staat voor mij vast: als ik echt een internationale loopbaan ga volgen, dan zal ik dat niet bij de overheid doen.


Door : Chris Stapper | 18-08-2008 15:12 | Categorie : Internationaal HRM (4)
Europeanen werken te weinig over de grens

Europeanen moeten vaker over de grens gaan werken om de krapte op de verschillende arbeidsmarkten op te lossen. Meer mogelijkheden betekent een betere aansluiting, zo gaat de gedachte. Het probleem wordt veroorzaakt door verschillen in de ziektekosten, sociale verzekeringen en de pensioenopbouw. De verschillen tussen verschillende staten zijn zo groot, dat maar 2% van de Europese werknemers er voor kiest om in het buitenland te gaan werken.

Vladimir Spidia, Europees commisaris van sociale zaken, wil dat de lidstaten van de EU hun administratie en arbeidswetgeving snel aanpassen. Ook moeten de sociale zekerheidsstelsels op elkaar worden afgestemd en moet het makkelijker worden om pensioenen mee te nemen van de ene naar de andere staat.

Dit meldde nu.nl alweer even geleden.

Wij bij Expand zijn benieuwd naar jullie gedachten hierover. Wordt de uitdaging van het internationale werkverkeer in de weggestaan door sociale voorzieningen? Of is de Nederlandse HRM-er liever dicht bij huis en haard? Hoeveel Nederlanders willen eigenlijk in het buitenland werken?

Wat denkt u?


Door : Expand Redactie | 27-02-2008 09:39 | Categorie : Internationaal HRM (0)
2,3 miljard werknemers

Heeft u wel eens nagedacht over de impact die 2,3 miljard werknemers hebben op de wereldeconomie? Nee? Is het eigenlijk te bevatten? Nee.Steeds meer Indiërs en Chinezen werken voor of in Europa. We outsourcen onder andere IT taken en zij nemen bedrijven over. De arbeidsmarkten van India en China worden opener, meer Westerse bedrijven willen daar zetten bedrijven op in het Oosten en andersom.

Een van de redenen, misschien de belangrijkste, dat Europa zijn enorme voorsprong heeft weten te behouden de afgelopen decennia is dat Europa steeds een grote voorsprong in kennis had. Maar nu India en China op dit gebied een inhaalslag zijn begonnen, wordt het voor steeds meer Indiërs en Chinezen mogelijk om internationaal de arbeidsmarkt op te gaan.

2,3 miljard werknemers (een miljard in India  en 1.3 miljard in China). Een enorme uitdaging voor bedrijven, voor de hele wereldeconomie. De uitdaging is enerzijds om de concurrentie aan te kunnen gaan: genoeg en efficiënt genoeg produceren en dus de productiviteit en het kennisniveau blijven verhogen. En anderzijds bezig zijn met outsourcen, letten op de continuïteit van de organisatie en dus afwegen of India of China niet het goedkopere alternatief is waar het management op wacht en dat de organisatie in een betere concurrentiepositie kan plaatsen.

En er is een breuklijn tussen deze twee punten. Want meer outsourcen betekent minder werk en minder ontwikkeling hier. En meer werk in China en India. Dus kan de ontwikkeling hier verder stagneren. Tenzij we gebieden vinden/blijven gebruiken waar we een flinke voorsprong hebben en ons hier op blijven toeleggen.

Een interessant probleem waarover in de komende jaren veel economen en andere denkers hun aandacht aan zullen schenken. Maar wat betekent dit voor ons? Wat gaat HCM doen met deze ontwikkeling? Gaan we inderdaad outsourcen? Of gooien we ons beleid om en gaan we meer aandacht besteden aan het ontwikkelen van ons eigen personeel? Hoe staat u hier tegenover?


Door : Chris Stapper | 19-10-2007 10:04 | Categorie : Internationaal HRM (0)
Werf verder dan je neus lang is

Onze multinationals, zoals Shell, KLM en Philips, zetten Nederland op de kaart als internationale werkgever zo meldt een persbericht op ANP Pers Support. Juist deze grote bedrijven maken Nederland als land interessant om in te werken. En dat is belangrijk, want met de toenemende vergrijzing wordt het steeds moeilijker om het nodige personeel te vinden.

Om buitenlandse werknemers aan te trekken is het belangrijk uw organisatie op zo'n manier te profileren dat die overkomt als een organisatie die voldoet aan de behoeften van de buitenlandse werknemers. Denkt u hierbij bijvoorbeeld aan het benadrukken van de internationale werkervaring die werknemers op kunnen doen.

Wat denkt u? Is dit dé manier om de krapte op de arbeidsmarkt op te lossen? En profileren bedrijven zich op dit moment al voldoende om dit te bewerkstelligen?


Door : Redactie | 06-06-2007 09:03 | Categorie : Internationaal HRM (0)
Pak die mannen ook aan, Mees!

De media staan bol van de zweep die Heleen Mees over de arbeidsmoraal van de Nederlandse vrouw haalt. Het is tijd voor een derde feministische golf, schreef ze vorige maand in NRC Handelsblad. Want als we met Aziatische landen willen concurreren, hebben we dit vrouwelijke arbeidspotentieel broodnodig.

Nu houd ik wel van onorthodoxe aanpak als het over werk gaat. Wij Nederlandse vrouwen grossieren in parttime banen. Van een tomeloze ambitie is over het algemeen geen sprake, we richten ons op het collectief en voldoen fijn aan het beeld sociaal te zijn. Dus iets meer vrouwelijke inzet en gewoon aanpakken juich ik net als Heleen Mees van harte toe. Want, hoewel ik het ver vind gaan om dat in een rond bedrag van zestig miljard euro extra groei per jaar uit te drukken zoals Mees weet, hebben we het wel over een verspilling van talent én kapitaal. Maar onder Nederlandse vriendinnen en vrouwelijke collega’s -een kleine rondgang in mijn adressenboek leert me dat een vierdaagse werkweek toch wel het maximum is- bespeur ik geenszins het gevoel dat vrouwen daar ontevreden mee zijn. Sterker nog, het lijkt wel alsof het vrouwelijke deel van ons land met uitzondering van Heleen Mees zich prima in haar deeltijdbaan en enigszins getemperde ambities kan vinden. Dat biedt ruimte voor de kinderen, een cursus, huishoudelijke taken of gewoon jezelf.

Maar gaan we die Aziatische tijger effectief bestrijden met het inzetten van het extra arbeidspotentieel van vrouwen? Als we het advies van Mees opvolgen en een extra groei van zestig miljard euro op jaarbasis creëren, zijn we dan van dat naderende Chinese en Indiase probleem af? Hup, die werkweek opschroeven naar veertig uur. En de vrouwen die helemaal niet werken zetten we gelijk ook aan de slag. Zijn we er dan?

Volgens mij laat ons dat nog met een probleem zitten. Tenzij we een stap verder kijken. Want is het niet onze hele arbeidsmentaliteit, een gebrek aan motivatie en inzet bij een deel van de werkende bevolking, die op termijn riskeert dat onze economie ingehaald wordt door diezelfde ondernemende tijger? Meer met verworven rechten bezig zijn dan met plichten aan de baas? In China daarentegen is een zes- of zevendaagse werkweek geen uitzondering maar eerder regel. Hard bikkelen, tot je op je werkplek erbij in slaap valt. Mannen en vrouwen. Om met een ferme tik van je chef weer hard in de realiteit terug te komen. Vlijt en ijver. Bikkelen voor de baas. Ook in onbetaalde overuren.

 In plaats van de gehele vrouwelijke bevolking op te zwepen waardoor Heleen Mees nu als hard en onmenselijk te boek staat, vraag ik me af wat Mees tegen haar seksegenoten heeft. Terwijl ze met haar pleidooi zeker een punt heeft. Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid. Dus elke pittige dame trekt ondanks onze softe cultuur toch haar eigen plan wel. Hoeft of wil ze deze arbeidsvlijt niet, prima.

Met een dozijn minder aan regelingen, subsidies, uitkeringen en andere sociale vangnetten zal het bewustzijn van werken voor ons bestaan en ondernemerschap veel beter tot ons doordringen. Om zo als westerse wereld de wereldmacht in onze handen te blijven houden, en die tijger in z’n hok. Kwestie van een cultuurverandering. En dan worden de Hollandse mannen ook gelijk aangepakt. Wat dacht u daarvan, mevrouw Mees?


Door : Rosita Havekes | 30-05-2007 09:08 | Categorie : Internationaal HRM (2)
Investeer meer in HRM

Een artikel bij onze zuiderburen meldt dat er meer geïnvesteerd moet worden in HRM. Internationale regelgeving maakt dit nodig. Door duidelijkere, maar simpelere regelgeving wordt geprobeerd de arbeidsmarkten beter op elkaar aan te laten sluiten.

"Europa streeft ernaar om werknemers mobieler te maken, zodat mensen gemakkelijker in andere landen kunnen werken zullen dergelijke regelingen in Nederland en andere Europese landen alleen maar toenemen. Hierdoor wordt de kennis van alle verschillende regelgevingen een steeds belangrijker aandachtspunt voor HRM-afdelingen en medewerkers."

In dit citaat slaat 'dergelijke regelingen' op de LIMOSA-wet in België die stelt dat werknemers vanuit het buitenland zich van tevoren dienen te melden bij de overheid. Hiermee zou meer overzicht worden geschapen in de arbeidsmarkt en kan fraude tegen worden gegaan.

Dat betekent meer werk voor u, de personeelsafdeling! Meer opties, want meer arbeidsmarkten hebben toegang tot de onze. En tegelijk meer eisen, want van alle arbeidsmarkten en de bijhorende wetten dient kennis aanwezig te zijn. Hoe ziet u de toekomst in dit perspectief?

Lees hier het complete artikel


Door : Redactie | 03-05-2007 12:58 | Categorie : Internationaal HRM (0)
Open op 1 mei? EU 2.0 gaat van start!

Donner gaat ervan uit dat 1 mei de grenzen open zullen gaan voor leden van de andere europese lidstaten zoals Polen. Echter is de kamer daar nog niet zomaar mee akkoord. De partij van de Vrijheid is gewoon tegen en is bang voor de Nederlandse werknemers. De VVD en D66 zijn voor. CDA en PvdA, hoe kan het ook anders, weten het nog niet.

Het grootste bezwaar is de snelheid waarmee het allemaal moet gebeuren. Kortgezegd kun je de grenzen wel open gooien maar je moet wel denken aan een aantal randvoorwaarden, zo denkt de politiek.  

Ten eerste is er, volgens de politiek ( CDA, PvdA, SP, GroenLinks en SGP) de huisvesting.  Er moet goed gecontroleerd worden op de manier waarop deze werknemers gehuisvest zullen worden.  

Ten tweede is er de controle op uitbuiting. Er moet een mogelijkheid gevonden worden om te na te gaan of de werknemers niet uitgebuit zullen worden.

Geen botsing?
Men denkt bijvoorbeeld niet aan de gevolgen voor het personeel dat te maken krijgt met de aanwas van nieuwe arbeiders. Die moeten toch voorbereid en begeleid worden. Anders wordt het een wij tegen zij verhaal. En moeten de Poolse werknemers niet voorbereid worden op het werken in Nederland en bewust worden gemaakt van hun rechten en plichten?

Kortom: er zijn wel meer zaken die in mijn optiek gecontroleerd en behandeld moeten worden voordat de grenzen open gaan...
Wat denkt u?


Door : Paul van Oosterhout | 22-04-2007 20:14 | Categorie : Internationaal HRM (0)
‘Ondernemen is niet sexy’

Ook in de natuur zie je dingen die op het eerste gezicht niet sexy zijn maar als je goed kijkt......‘Ondernemen is niet sexy’, zo stond in dagblad De Pers (www.depers.nl). Misschien word ik oud, maar móet het imago van een ondernemer dan sexy zijn? Behoort dit niet gewoon aantrekkelijk te zijn, iets dat we graag nastreven? Afijn, naast het missen van de seksfactor blijkt volgens dit bericht dat de krappe arbeidsmarkt jongeren stimuleert om een dienstverband na te streven. Het blijft overigens een raadsel waarom de redactrice hier niet refereert aan een ‘sexy dienstverband’. Schijnbaar hoeft het imago van een baan hebben niet sexy te zijn?

 Het beeld is duidelijk. Neem een baan, werk van negen tot vijf, verdien een goed salaris en doe zo aan pensioenopbouw. Wellicht nog een bonus op z’n tijd en een lease-auto. Zodra het vijf uur is trek je de deur dicht en laat je de sores achter je, en maak je geen zorgen over eventuele ziekte of werkloosheid want daarvoor ben je immers gedekt.

Gelukkig heeft Walter Jansen van Jong MKB Nederland wel door dat een simpele pr-campagne op de middelbare school om jongeren te interesseren voor het ondernemerschap niet helpt. Het imago is wel bij te sturen, zo weet hij, maar het beeld van de enorme risico’s en de lasten die inherent zijn aan het ondernemerschap veeg je er niet mee van tafel.

Het nemen van risico’s
Is dat niet hetgeen we in Verzorgingsstaat Holland, een veredelde plantenkas waar iedereen ongeacht zijn/haar ambities en talenten toch wel kunstmatig in leven wordt gehouden, helemaal niet hoeven te doen? Waarom zou je dan buiten de paden lopen om ondernemer te worden? Waarom creatief en innovatief zijn, en je nek uitsteken? Het levert meer lasten dan lusten op. Dus de wens naar de zelfstandigenstatus moet dan wel heel passioneel zijn. Met als gevolg dat je bij ziekte enorm in de problemen kunt komen, je niet weet of je voldoende tijd met je gezin door kunt brengen, je vele uren zult draaien, en de belastingdienst die gelijk op je lip zit om een berg aan premies te innen. Waar zit de meerwaarde van dat risico-nemen in?

Is dat niet waar de bottleneck zit
In het kunnen kiezen voor een veel gemakkelijkere weg. De weg van de minste weerstand die ‘vast dienstverband’ heet? Waarbij je zeker weet dat het na die veertig uur en buiten werktijden genoten kan worden van het weekend, de kinderen, familie en vrienden en het opknappen van dat zojuist gekochte huis of een lang weekendje weg?

Mooie woorden, ondernemerschap en innovatie

Dan moet je echter wél het klimaat scheppen waarin de balans van voor- en nadelen positief uitpakt zodat jongeren wél risico’s nemen. Omdat ze er wat mee kunnen winnen. Want als we op deze voet doorgaan, zal het aantal van 21.000 jonge ondernemers die ons land nu telt eerder af- dan toenemen. Met alle gevolgen van dien. En daar verliezen we uiteindelijk allemaal mee.


Door : Rosita Havekes | 03-04-2007 11:28 | Categorie : Internationaal HRM (2)
Denken en werken buiten de grenzen

De moeilijkste en makkelijkste oplossing bij een krimpende arbeidsmarkt is het vergroten van je bereik. Door het vergroten van je aandacht op andere arbeidsmarkten wordt het mogelijk om ondanks krapte toch het benodigde personeel aan te trekken. Zo zullen we in de komende jaren meer te maken krijgen met hoger opgeleide Polen, misschien Roemenen en andere Europeanen. Maar laten we een belangrijke groep niet vergeten: onze Zuiderburen. Met het Noorden van België hebben we niet alleen de taal, maar ook een stuk cultuur gemeen. Dit maakt het relatief makkelijk om werknemers uit het Zuiden functies in Nederland te laten vervullen.

Internationale arbeidsmarktbenadering zorgt ervoor dat vraag een aanbod gemakkelijker op elkaar aan kunnen sluiten. Nu de werkloosheid in België iets hoger is dan die in Nederland kan meer communicatie tussen beide partijen interessant zijn voor iedereen. De voordelen laten zich raden; gemakkelijker functies invullen betekend normalisering van de lonen en een stabielere arbeidsmarkt, waar werknemers niet om de haverklap van functie willen of kunnen wisselen.

In gesprekken met onze opdrachtgevers valt ook meer en meer op dat men het arbeidsethos van onze buren aan de Zuid en de Oost kant hoger aanslaat dan dat van onze landgenoten, een bijkomend voordeel van het aantrekken van werknemers uit deze gebieden.

Natuurlijk brengt deze internationale benadering ook extra aandachtspunten met zich mee; verhuisbereidheid, cultuurverschillen, internationale wetgeving met betrekking tot over de grens werken. En zo is er nog veel meer te noemen. Maar de vraag is al niet meer of bedrijven zich deze moeite gaan getroosten, de vraag is wanneer. Dat de arbeidsmarkt krapper wordt staat vast en dat er iets moet gebeuren ook.

Wij bij Expand zijn van mening dat deze internationalisering zeker kan bijdragen aan het oplossen van de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt. Hoe denkt u hierover?


Door : Marc Loohuis | 07-03-2007 09:47 | Categorie : Internationaal HRM (1)
De middelmaat: jongeren hebben een mentaliteitsprobleem.

Stel jezelf het Hollandse leven eens voor door de bril van een buitenstaander.
Lopend langs de pittoreske Delftse grachten ziet dat leventje er bijvoorbeeld vreselijk georganiseerd uit. Overal goed in de verf staande vrolijke huisjes, en pal aan het water statige grachtenpanden. Her en der wandelen mensen, netjes in het gareel, in fatsoenlijke kleding en met een voldane blik. Het is niet moeilijk om te zien dat de primaire behoeften van Maslow voor de gemiddelde Delftenaar, evenals voor de gemiddelde Hollander, zijn vervuld.

Met een rationele en bovenal verbaasde blik, zo beantwoorden deze passerende stadsgenoten die eerste weken terug in het Hollandse na vijf maanden Azië, mijn nieuw verworven Indiase en Chinese staarpraktijken. Voor mijn landgenoten, die de val van het kabinet hebben meegemaakt en al wel maanden wisten dat ‘onze’ Maxima weer zwanger is, is het dagelijkse routine. Maar net goed en wel terug van Schiphol, vind ik onze houding naast het uitstralen van rust, bovenal erg ingedut overkomen. Waarom zouden we ons überhaupt in het zweet werken, we hebben het toch goed, zo lees ik van menig gezicht af. Onderwijl maalt mijn hersenpan verder en vraag ik me af waarom wij Nederlanders klagen over een ‘drukke randstad’. En waarom Verdonck strengere regels rondom immigratie wenst. Na maanden dat Hollandse leven ontbeert te hebben merk ik dat in vergelijking met Azië het hier zó rustig is. En de Nieuwe Nederlanders met een kleurtje zijn amper op één hand te tellen tijdens een stevige grachtenwandeling.

Maar het is niet alleen de georganiseerdheid die een buitenstaander opvalt.
Bij de NS vraagt de baliemedewerker een paar dagen later, als ik een voordeelurenkaart aanschaf, of hij nog wat anders voor me kan betekenen. Moet ik nog een treinkaartje? Of een kaartje voor een paar dagen later misschien dan? Daarvoor hoef ik, dankzij die aangeschafte kaart, geen € 0,50 te betalen, zo ratelt hij. Mijn ogen puilen uit. En niet van die gratis dienstverlening. Na India, een ‘sellersmarket’ zoals een jonge Indiër me toevertrouwde, en hun immer rauwe welkomstboodschap ‘what do you want’, ben ik deze servicegerichte houding niet meer gewend. Bij de Albert Heijn speelt zich eenzelfde scenario voor mijn ogen af. ‘Wilt u er een tasje bij?’. Oef, wat een verschil na het slagveld bij de ‘Wine Shop’ tussen de hordes Indiërs. Stuk voor stuk een kop kleiner, allemaal mannen en met grote ogen dat blonde wezen met blauwe ogen aanstarend. Beslist niet gewend aan een dame die een paar Breezers wenst. Na enig oefenwerk was ik expert in het behendig met je ellebogen vooraan de ongeorganiseerde menigte komen. Simpelweg omdat je zonder eigen initiatief uren kunt wachten op je bestelling.


Die georganiseerdheid en de hogere mate van ontwikkeling van onze maatschappij heeft ook zo z’n voordelen.
Ik word op straat niet meer van mijn sokken gereden. En het is een verademing om geen twintig auto’s of brommers per minuut te moeten aanhoren die hun claxon gebruiken alsof het een Olympische wedstrijd is. Omdat we in Nederland verkeersregels hebben. Alles, behalve die ene regel die half Azië hanteert: degene met het grootste voertuig heeft voorrang.

Op weg in de eerste februarisneeuw van 2007 langs de gracht, op weg naar mijn vertrouwde Albert Heijn, bekruipt mij tegelijkertijd het gevoel waar de uitdaging in Nederland is gebleven.
We hebben alles al, het is fijn dat mensen rust uitstralen, maar waar brengt ons deze rust? Draait het daarom in het leven? Waar is de spontaniteit, het ondernemerschap, het anders zijn dan de rest, het nemen van risico’s en met heel je hart je ergens aan toewijden om uiteindelijk tot dat ene geweldige succes te komen na al die ontberingen? Waarom hoef ik, eenmaal terug in Nederland, vergeleken met Aziaten nauwelijks initiatief te tonen en zouden mijn ellebogenpraktijken hier direct veroordeeld worden? Terwijl in China de jonge generatie met hun ongebreidelde wens om het in materieel opzicht net zo goed als westerlingen te krijgen, een enorme energie en dynamiek uitstraalt. Vol positieve gedachten, zeker niet op de rem trappend. Ook de ambitieuze Indiërs worden niet gehinderd door een drang naar middelmatigheid en een zoektocht naar rust. Zij moeten het juist hebben van hun initiatief, van hun creativiteit om iets van hun leven en hun werk te maken. Zij zwoegen, minstens zes zo niet zeven dagen per week, dagelijks een uurtje of tien.

Het doet mij denken aan de levenscyclus van organisaties, die ook voor samenlevingen opgaat.
Deze gaat van de droom, de onderneming, het orde op zaken stellen, het succes, naar het instituut, de neergang en uiteindelijk de dood. Dan moet ik constateren dat wij aardig richting instituut gaan. Waarbij de keuze aan ons is: gaan we vernieuwen of blijven we genieten van onze rust. En doen we daarmee aan struisvogelpolitiek met de hete adem van Azië in onze nek. Want niets doen leidt uiteindelijk tot een neerwaartse spiraal.

Nederlanders houden van deze rust.
Dat blijkt ook weer uit het nieuwe regeerakkoord waarin de sociale samenhang in ere wordt hersteld. ‘Eerherstel Poldermodel’ kopte Trouw deze week. Dat houdt in dat gelijkheid het hernieuwde uitgangspunt is. Maar waar is, naast de dynamiek die tegenovergesteld is aan rust, het verschil tussen mensen gebleven? Mensen die anders zijn, ergens voor staan. Want is het niet dat dit gebrek aan verschil tussen mensen het innovatieklimaat in ons land de das om doet? Met ons poldermodel zijn wij het land van de middelmaat. Net zoals de twee-onder-één-kap woning, doen en laten wij niet veel anders dan wat de buren doen. Zo ervaar ik op die gracht, maar ook op elke andere plek in Nederland die ik daarna bezoek. En dan kan Balkenende nog zovele miljoenen euro’s investeren in innovatiebeleid. Hij zou er goed aan doen tevens verschil tussen Nederlanders te promoten. Durf jezelf te zijn.

Recent onderzoek van wervingsbureau 30 Days bevestigt dat wij Nederlanders qua economische vooruitgang gemakkelijk in een glijdende schaal naar beneden kunnen komen. De competenties die starters op de arbeidsmarkt succesvol maken, komen steeds minder voor. Of in gewoon Nederlands: jongeren hebben een mentaliteitsprobleem.

De starters die wel succesvol zijn, vertrekken naar het buitenland en de vergrijzing komt tevens op ons af, zo vertelden de onderzoekers aan tv-programma Nova. Dus waar blijf je mee zitten in polderland? Juist, met de middelmaat. Die ook weer rustig verder poldert onder prima arbeidsvoorwaarden en een ontslagstelsel waarin het nog steeds lastig is voor werkgevers om te selecteren op kwaliteit. Leuk, maar op welke plaats in de ranglijst van economisch sterke landen gaat het ons brengen? Zou het daarom niet eens tijd worden om verschil tussen mensen te promoten? Weg met de leus ‘steek je hoofd niet boven het maaiveld’. Tijd om de bakens te verzetten. Rust op z’n tijd is goed, maar een knuppel in het hoenderhok óók. Al was het alleen maar om alert te blijven.


Door : Rosita Havekes | 12-02-2007 12:33 | Categorie : Internationaal HRM (2)
Opeens valt het kwartje.

Waarom veel reizigers in India zich negatief over het land en de mensen uitlaten. En waarom ik zelf regelmatig met open mond, of vol frustratie, heb staan kijken naar dingen die passeerden.

Om enkele voorbeelden te noemen: iemand die midden voor je gaat staan en met z’n mobiel een foto neemt, maar niet nadat hij eerst (altijd een hij) in geuren en kleuren met vrienden de vreemde bespoken heeft, je hotelkamer die voor je neus aan een ander wordt weggegeven, de dienstregeling van Indian Railways die overbodig is omdat treinen steevast uren te laat vertrekken, bussen die pas vertrekken als ze vol zijn en dan onderweg er nog even dertig mensen bijinproppen, een loketbediende die weigert om een bankbiljet in ontvangst te nemen, en de hand van die jonge gozer die in de bus zich plotseling in je kruis bevindt. Terwijl jij dacht dat alleen die oudere mannen in India op dat punt behoorlijk verpest waren.

Het lijkt allemaal miniscuul
Maar India met z’n drukke chaos, armoede, stank, bedelaars en andere goedgelovigen die altijd en immer wat van je willen, vergt veel van een mens. Een mens, grootgebacht in een andere cultuur, wel te verstaan. En zeker van een alleenreizende vrouw. ‚Ben je getrouwd’, is de vraag die met stip op nummer twee staat in het rijtje dat collectief gehanteerd wordt ‚wat gooien we de buitenlander voor inspirerende vragen voor z’n voeten’.

En die Indier?
Die heeft ondertussen nergens last van. Is gewend aan de drukte, chaos en stank, en alle familieleden om hem heen die constant kleine ‚demands’ vragen. En bovenal: weet mensen goed in te schatten, en maakt daar ook in andere settings gretig gebruik van.

Dat trouwen
Dat is belangrijk voor de Indier. Niet getrouwd, dan geen crematie langs de Ganges, maar gewoon het hele ongetrouwde lijk in de rivier. En niet alleen na de dood geldt deze strikte huwelijkswet. Ook ervoor, en in veel grotere mate. Want de familie, daar draait het allemaal om in India. Heb je die niet, dan heb je een zwaar bestaan; een carriere als bedelaar ligt dan voor de hand.

Voor het verkrijgen van toegang tot gezondheidszorg, onderwijs, inkomen en een baan. Overal heb je familie voor nodig. Het is bijna net een verzekering.

Voor ons westerlingen is dit maar moeilijk te begrijpen.
Je hebt toch een overheid met subsidies, uitkeringen, gezondheidszorg en een rechtssysteem dat corruptievrij is, om op terug te vallen? Algemeen gesteld hoeft in ons land niemand van de honger om te komen, ook al zal een bijstandsmoeder dit tegenspreken. In vergelijking met een Indier heeft is ze nog steeds rijk. En ook al worden de kranen langszamerhand dichtgeschroeft en de bedragen lager, het sociale vangnet zorgt ervoor dat we op een individualistisch manier ons leven kunnen leiden. Dat doen we dan ook gretig. Steeds meer mensen wonen alleen, iets wat in India bijna ondenkbaar is. Want hebben wij onze pa of oom nodig, om een baan te scoren, waarbij we vervolgens zeven dagen per week, tien uur per dag worden te bikkelen voor ons geld? Mijn vrienden klagen steen en been over hun familie, ruzies zijn schering en inslag. Ze geven mij vaak de indruk, dat het niet al te best botert tussen familieleden in Holland.

Zoals altijd verklaard wetenschappelijk onderzoek veel.
Zo kwam ik een cultuuronderzoek tussen India en Nederland tegen. En wat ik de hele tijd al voelde in mijn frustratie en woede, maar óók in bewondering voor een volk dat over een heel groot hart beschikt, werd plots helder. Twee culturen, die in vrijwel alle opzichten tegenpolen van elkaar zijn. Hoe kan het ook anders, dat westerlingen en Indiers elkaar geregeld de tent uit vechten?

Het draait in het leven uiteindelijk allemaal om zekerheid.
Of we nu blank, zwart of geel zijn, eenieder van ons is hiernaar op zoek. Om het leven op een stabiele wijze in te richten. Een Indier verkrijgt dit door, juist, z’n familie. En de Nederlander? Inderdaad, via de overheid.

Dus wat doet de Nederlander als hij moet kiezen tussen werk en prive?
De balans zal dan al snel doorslaan in ‚nog even dat rapportje afmaken’ terwijl het gezin het avondeten stilzwijgend wegwerkt zonder dat pa van de partij is. En de Indier? Die zal meer belang aan zijn bron van zekerheid geven. Grote kans dat hij het rapport tot morgen laat liggen, en zijn gezin voorrang geeft.

Geen wonder dat dat botst, en niet alleen op werkgebied.
Zelfs als reizende passant lig je regelmatig met Indiers in de clinche. En bijna altijd met als oorzaak een verschil in culturele achtergrond, de gekleurde bril waarmee we naar de wereld kijken. De vraag is echter, of ik gefrustreerd moet worden omdat ik van mening ben dat het anders moet. Daarmee zeg ik in feite, dat mijn cultuur dominant is en zij zich maar aan moeten passen. Maar is het niet beter om de situatie te accpeteren zoals die is, accepteren dat het nu eenmaal zo werkt in dit land?


Door : Rosita Havekes | 18-01-2007 12:09 | Categorie : Internationaal HRM (3)
Negen tot vijf mentaliteit versus China

U kent vast allemaal het reclame plaatje waarbij er 's avonds laat nog één licht brand in een groot kantoorgebouw. Daar staat onder 'iemand die uw bedrijf veel geld op gaat leveren... en het ook veel gaat kosten,want overwerkte werknemers kosten geld. U hoeft maar een kleine verzameling vacatures te lezen om de conclusie te trekken dat veel werkgevers toch op zoek zijn naar iemand zonder een 'negen tot vijf' mentaliteit.

Nu las ik recent in een artikel, dat onze kenniseconomie niet goed is voor de gezondheid van de werknemer. We plegen roofbouw op de geestelijke gezondheid van de werknemer, dat stelt de Commissie van Overleg Sectorraden (COS) in een rapport. Daarbij is het natuurlijk ook maar de vraag of er veel gewonnen word bij iemand die zoveel uren maakt. Als iemand 10 uur per dag werkt, maar de laatste twee uur zo moe is dat hij maar op halve snelheid werkt, dan schiet je er effectief nog maar een uur mee op. Terwijl de werknemer zichzelf uitput. En alleen met dat laatste zou het eigenlijk geen optie moeten zijn.

Natuurlijk zoeken bedrijven geen werknemers die van vijf tot vijf werken. Meestal wil men hier alleen mee aangeven dat er een werknemer gezocht wordt die niet te beroerd is om zijn laatste opdracht even na vijven af te maken. Mentaliteit! Maar word dat niet achterhaald? Is het niet zo dat, zoals het artikel stelt, de mentaliteit van een werknemer die zorgt dat hij zelf fit is, beter is dan de werknemer die zichzelf uitput? Past die mentaliteit niet veel beter bij de opkomende nieuwe professional, die zelf zijn loopbaan plant?

Vaak heb ik ook al gehoord dat we onze verworven rechten op uitkeringen en pensioenen nog eens moeten overwegen. Rosita Havekes maakte daar in dit bericht een mooi punt mee. We zouden meer moeten werken om de concurrentie met opkomende landen zoals China aan te gaan. Maar kúnnen we op die manier wel concurreren. We zijn nu heel ver gekomen met onze manier van leven en werken, we hebben het gemakkelijk en kunnen door onze gezondheid een hoge arbeidsproductiviteit leveren. Ik stel zeker niet dat we minder moeten gaan werken, maar allemaal 12 uur per dag werken kan toch ook niet de oplossing zijn?

 


Door : Chris Stapper | 22-11-2006 14:13 | Categorie : Internationaal HRM (1)
Europa is een walhalla

'Jullie westerlingen zijn allemaal rijk'. Zo begon Steve (zijn Chinese naam is onuitspreekbaar vandaar dat ook hij een Engelse naam erbij genomen heeft) ons gesprek stellig. Na hem ontmoet te hebben in de rij voor de bus naar het befaamde terracottaleger in Xi'an was ik op alles voorbereid. Maar niet op zo'n uitspraak die mij even sprakeloos maakte.

Ambities
De 22-jarige student ICT barst van de ambities, zo bleek al snel. Volgend jaar rondt hij zijn studie af, en bij voorkeur gaat zijn werkende bestaan dan vormgegeven worden vanuit zakenstad Shanghai. Waar het meeste geld te verdienen is en de hele atmosfeer erg westers en stressvol aandoet. Dat deert hem niet, hij heeft een voorbeeld en dat is de westerse wereld.

Hard werken
Dat gaat op z'n Chinees ook voor Steve een bestaan van hard werken en weinig vrije tijd worden. ATV? Zorgverlof? Spaarloonregeling of zwangerschapsverlof? Niets van al die verworven rechten. Vijf dagen per week acht uur in volle devotie voor de baas ploeteren, wellicht zelfs in de avonduren en in andere vrije tijd. En net zoals 1,4 miljard andere Chinezen de eerste week van mei en oktober vrijaf, en een paar dagen tijdens nieuwjaar, en tnslotte een weekje annual leave.

Hij ziet Europa als een walhalla, een paradijs waar je slapend rijk wordt. Om nog niet eens te spreken over het sociale vangnet. 'Bij jullie hoeven vrouwen als ze een kind hebben gekregen, niet meer te werken en toch ontvangen ze salaris, toch?', terwijl zijn donkere ogen me vol ongeloof aankijken. Als ik hem even later vertel dat mijn werkweek uit 32 uur bestaat, is het vooroordeel van het lang-leve-de-lol-paradijs in zijn ogen helemaal bevestigd, ongeacht mijn verwoedde pogingen om een en ander te nuanceren. 'Noem je dat werken?'.

Ongelijkheid
Het punt maakt hij echter nonverbaal en tussen de regels door. Ook bij deze jonge ambitieuze Steve, zoals bij vele jongeren die ik gesproken heb, proef ik ongenoegen door deze in zijn ogen ongelijkheid. Zeker ten op zichte van het rijke Europa wat werk, vrije tijd en inkomen betreft.

Kun je het deze jonge bevolking kwalijk nemen dat ze, dit waargenomen hebbende, voor hun eigen hachje gaan en de kans daar zien om hun fortuin binnen te slepen? Na een paar weken China begint het tot me door te dringen dat hier grote dingen staan te gebeuren. Ze weten verdomd goed wat er in de wereld gebeurd, en nog nooit heb ik een volkje gezien dat voorzien is van een zo voortreffelijk zakeninstinct als bij de Chinezen. Uiterlijk vertoon aan ze is wel besteed. De nieuwste mobieltjes, mooiste kleren en voor een enkeling een gloednieuwe auto. Ik houd mijn hart vast. Want wat gebeurt er met de brandstofprijzen als slechts een procent meer van alle Chinezen een auto gaat rijden? En wat als meer Chinezen globetrottende aspiraties krijgen? Zoals die docent, die vertelde dat hij ook graag wilde reizen en de wereld zien. Wat doet een stijging van 1 procent van een bevolking van 1,4 miljard op dit gebied?

50 jaar
Steve vindt mijn uitdagende opmerking dat China binnen een paar jaar de leidende wereldmacht is, een cliché. 'We zijn een ontwikkelingsland. we komen van ver, we lopen 50 jaar op jullie achter. Maar over een jaartje of 50, tja, dan is het China die de dienst uit maakt.'Er gaat een rilling over me heen. Maar tegelijkertijd slaak ik een zucht van opluchting. Dan hebben we in Europa en in Nederland nog even tijd om orde op zaken te stellen. Want reken maar als de Chinese golf over ons landje waait, dat wij het moeilijk gaan krijgen om verworven rechten van ATV tot WIA in ere en betaalbaar te houden.. Misschien wordt het tijd om daar verder in te snoeien, zodat onze werkmentaliteit actiever wordt om ons hoofd boven water te houden?


Door : Rosita Havekes | 19-11-2006 12:23 | Categorie : Internationaal HRM (3)
Dalai Lama en de arbeidsmarkt

Buiten Tibet tref je beduidend meer aan omtrent het Tibetaanse geloof dan in de autonome regio zelf. In het licht bezien van de Chinese bezetter, overigens helemaal niet zo vreemd.

De dalai lama
Zo ook in de hoofdstad van Nepal, Kathmandu. De boekwinkels puilen er uit van de werken van de 14de Dalai Lama. En het lijkt of deze Nobelprijswinnaar ook overal verstand van heeft. Zo ook over het thema werk, zoals blijkt uit het boekwerkje 'the art of happiness at work'. Wat weet een spiritueel leider nou over werk?

Al in het eerste hoofdstuk wordt het beladen thema ongelukkig zijn in
je werk behandeld. Oeff, zware kost voor iemand die denkt fijn eens wat
van de Dalai Lama te gaan lezen. Ondertussen neemt mijn nieuwsgierigheid toe. Het is een thema dat ook in Nederland aan belangstelling toeneemt, als we tenminste de onderzoeksresultaten moeten geloven. Steeds meer mensen willen van baan veranderen, ongelukkig als ze erin zijn. Wat vindt de Dalai Lama hiervan, die vraag zag ik graag beantwoord. Want hoe kan zo'n beste man, die de hele dag lezingen geeft en zich tot Boeddha richt, daar nou een deskundig oordeel over vellen? Onze westerse cultuur is daarnaast op vele punten een tegenhanger van de oosterse denkwijze.

Nuchtere kijk
Een erg nuchtere kijk. Dat typeert deze man, merk je al naar twee pagina's. Wat doe je als je het op je werk niet (meer) naar je zin hebt, zo vraagt mede-auteur en psychiater Howard Cutler aan de Dalai Lama. Ja!! dat willen wij ook graag weten!! Kom maar op! In eerste instantie de situatie aanpassen. Hoe veel nuchterder kan het zijn! Kun je een andere baan vinden, zo suggereert hij, ga daar dan voor. Of heb je ruzie met collega's, probeer die vervelende situatie dan op te lossen. Allemaal externe oplossingen. Maar dit is niet altijd
mogelijk, zo weet ook de Dalai Lama. Want wat doe je in een slechte
economie; je kunt je baas er de schuld van geven dat er ruzie is, je 45
jaar bent en dat het nu met die bonje onmogelijk voor je is om een
andere betrekking te vinden.

Attitudes
Maar in dat soort situatie komt de Dalai Lama met een andere oplossing,
kenmerkend voor de oosterse cultuur: wijzig je attitudes en je perspectief, door innerlijke training. Om zo toch een stukje geluk in je werk te blijven ervaren, van belang voor ons welzijn.

Dat het geen gemakkelijke opgave is, en het makkelijker lijkt dan het
is, zijn open deuren. Immers, zeker in onze materialistische westerse
maatschappij lijkt het wel of iedereen pertinent recht heeft op geluk.
Je perspectief wijzigen, dat is zoiets als zeggen dat je het er maar
mee moet doen. Je moet het met minder doen, dan waar de ongeschreven
wet zegt dat je recht op hebt.

Streven naar perfectie?
Die innerlijke training, zoals de Dalai Lama hem noemt, is iets wat wij
in het westen soms vergeten. Hoezo jezelf trainen dat niet alles
perfect kan zijn? Je wordt geacht te streven naar het beste, en niet
aan die andere kant van de medaille te denken! Ongeluk is er voor de
minder bedeelden, geluk creer je zelf. Wij gaan voor onze portie geluk,
en wel snel voor je te oud zijn en we niet meer meetellen in de maatschappij. En een baan, die ook nog leuk en op ontwikkeling gericht hoort te zijn, is daar onderdeel van.

Of toch niet...?
Maar waarom het niet eens op de manier van de Dalai Lama doen, in plaats van chagerijnig rond te blijven lopen met ons ongelukkig zijn? Want wie hebben we met deze situatie het meest te pakken?

De rationele kant
Cutler komt met de rationele feiten over die negatieve praat, en waarom
het zo moeilijk is om deze houding op te geven. Omdat veel mensen het
weigeren om hun misere en het daarover praten, op te geven. Het geeft
ze een gevoel van (bijna pervers) plezier om over het onrecht dat hen
is aangedaan, te praten. We koesteren deze pijn. Fijn dat de oosterse
zienswijze, in combinatie met die van het westen, ons een antwoord op
de vraag geeft omtrent geluk en ongelukkig zijn in ons werk.


' there will always be problems in life. it's just not possible to go
through life without encountering problems. there's just no event from
which you get one hundred procent satisfaction, right? some
dissatisfaction will always remain. the better we will be able to
accept that fact, the better we will be able to cope with life's
disappointments'.


Door : Rosita Havekes | 07-11-2006 09:29 | Categorie : Internationaal HRM (4)
Werknemers aller landen, verenigt u!

Vanaf gisteren werken de FNV en de CNV samen in een nieuwe wereld organisatie: Het IVV (Internationaal Verbond van Vakverenigingen) zal bijna 190 miljoen (190.000.000!) werknemers wereldwijd vertegenwoordigen en wordt gevestigd in Brussel. Meer informatie vindt u hier.



Vuist

Zoveel werknemers 'samen' kunnen natuurlijk een enorme vuist maken. En met de huidige trant van globalisering is het misschien ook nodig. Wenselijk? Maar is het nuttig? Is het wel mogelijk om op globaal niveau bepaalde afspraken te maken? Met de enorme cultuurverschillen tussen de verschillende continenten is dit moeilijk voor te stellen.


Door : Redactie | 01-11-2006 10:31 | Categorie : Internationaal HRM (0)
Ik Chinees, jij Chineest, wij Chinezen
'wo keyi wennin jian shi ma?'
'dangran. Shi wo neng wei nin zuo shenme'

Wie denkt dat dit geheimtaal is, of een verzinsel van de auteur, heeft het mis. Hoewel de schrijftaal met de vele tekens voor ons westerlingen helemaal onleesbaar zijn, is dit het phonetische schrift van het Mandarijn, de taal die in een groot deel van china wordt gesproken.

1.2 miljard zielen

Een natie met tussen de 1,2 en 1,4 miljard zielen (ze weten het exacte
aantal niet), ontelbaar veel groter dan Nederland en zelfs Europa valt
erbij in het niet. De laatste jaren neemt de handel met dit land toe,
bezoeken we het frequenter en maakt het zich op om de wereldmacht over
te nemen. De dubbele groeicijfers, die bewust afgeremd worden omdat het
anders fout gaat, is daar een duidelijk bewijs van. In het land zelf
merk je deze dynamiek dagelijks, het land en de mensen willen vooruit
en het voorbeeld van het westen is hun ideaal. Ontelbaar vele studenten
internationale business en ict lopen er rond, en zeker de jonge
generatie is erg geinteresseed in buitenlanders en redt zich aardig met
het Engels. En laten we realistisch blijven, met zo'n reserve aan
arbeiders met een arbeidsethos die er niet om liegt, steken wij
Nederlanders met ons parttime werken, ATV en een berg aan verlofdagen
die we vaak niet eens opkrijgen, maar schril af.

Communicatie

De communicatie tussen Chinezen en anderstaligen blijft echter een
probleem, zeker voor wat betreft de oudere generatie. Velen van hen
spreken het Mandarijn vloeiend. En waarom zou je anders, in een land
met zoveel inwoners van zo'n enorme omvang?

Maar nu de Chinese economie in een versnelling is en de economische
aspiraties er niet om liegen, hebben wij westerlingen vaak de gedachte
dat zij dan maar Engels moeten leren spreken en schrijven. Immers, dat
is de gangbare wereldtaal, voor ons. Maar is dat wel zo, en is dat niet
toevallig de mening van mensen die niet door hebben welke gekleurde
bril ze dragen? Immers, bijna een kwart van de wereldbevolking woont in
dit immens grote China. Dus waarom zou je de rollen niet omdraaien
omdat het grootste aantal telt?

In een Beijings restaurant werd het me pijnlijk duidelijk. Om mijn
hongerige maag te stillen, moest ik in een afgelegen gebied waar
niemand dagelijks met buitenlanders omgaat, een maaltijd bestellen. De
vrouwelijke manager, een kortgeknipte en kordate dertiger, werd erbij
gehaald. Samen kwamen we uit het dilemma, en vervolgens probeerde ze me een paar woorden in het Chinees bij te brengen. Vol geduld, langzaam
voorzeggend, en ik mocht haar nazeggen. Net zoals vijfentwintig jaar
geleden in de schoolbanken. Ze was geduldig, maar op een gegeven moment raakte haar geduld duidelijk op. Deze leerling was wel erg lastig en
moeilijk te onderwijzen, zulke eenvoudige woordjes! Opeens besefte ik
dat ik daar, nog geen tien minuten daarvoor, gefrustreerd had zitten
staren naar de menukaart. 'Verdomme, ze kunnen geen woord Engels. Dat
is toch wel het minste wat je moet kunnen. Wat erg.' Het was een
gezonde excersitie om de rollen eens om te draaien.

Terug in de schoolbanken

Misschien moeten wij westerlingen wel de terug de schoolbanken in. Om
collectief het Mandarijn te leren. Gelukkig is dit schooljaar het
aantal studenten Oriëntaalse Talen en Communicatie aan Nederlandse
universiteiten verdubbeld ten opzichte van een paar jaar geleden. Dat
is een goed teken. Maar de vraagblijft daar. Waarom moeten zij zich
aanpassen, en zouden wij dat niet net zo goed moeten doen?

'wo feichang gaoxing'.

letterlijke vertaling:
wo keyi wennin jian shi ma? Mag ik wat vragen?
dangran. Shi wo neng wei nin zuo shenme. Natuurlijk. Wat kan ik voor je doen
wo feichang gaoxing. Het was me een waar genoegen.


Door : Rosita Havekes | 16-10-2006 16:20 | Categorie : Internationaal HRM (2)
HRM avonturen in Azie

'Wat ga je doen? Je baan opzeggen en door Azië reizen?
Maar lieverd, sommige mensen vinden dat niet zo verstandig.
Je baan opzeggen nog wel! Je bent zo goed in je werk en je kunt heel ver komen, dan doe je dit nu toch niet? Weet je het echt wel zeker?

Zo luidde het commentaar van een dierbare vriend op mijn aangekondigde
plannen om vier maanden door China, Tibet, Nepal en India te reizen.
Dat ik via een riant Sociaal Plan voor die maanden en zelfs daarna niet
op droog zaad zat, de uitdaging in m'n werk spoorloos was en ik mijn
horizon ging verbreden met andere mensen en opvattingen, werd zonder
pardon van tafel geveegd. En het argument ik ben begin dertig, heb een
academische opleiding en vijf jaar werkervaring kon de impasse ook niet
doorbreken. Terwijl het maar door mijn hoofd bleef gaan dat je zo'n
kans niet laat lopen. Niet in de laatste plaats omdat China en India
economische grootmachten van de (nabije) toekomst geacht worden te
zijn. Dat wil je als HRM-er met ambitie eerst toch zelf wel even
inspecteren, voordat je je medewerkers wegsaneert omdat een Indiër een
stuk goedkoper en efficiënter werkt volgens het lijnmanagement? Kortom,
ik had er zin in en m'n spullen waren al gepakt. Totdat soortgelijke
opmerkingen me om de oren vlogen, het leek alsof men elkaar ermee
besmette. Zouden ze gelijk hebben, zo knaagde het bij me.

Teleurstellende reacties

Zelfs collega hrm-ers stelden me teleur in hun behoudende reactie. Van
'ja, je hebt straks geen baan meer. Is misschien niet zo slim', tot
'zou ik nooit doen, wat een risico' en 'maar zou je dan niet minstens
voor je weggaat gaan solliciteren? Dat is toch het minste dat je kunt
doen'.

Maar is het wel zo'n risico, of zit het risico tussen de oren van mijn
kennissenkring, zo begon ik mij af te vragen eenmaal weer op het
rationele pad beland. Want welke kwaliteiten zien wij graag in de
ideale werknemer? Is durf en uitdaging aangaan voor menig functie daar
niet een van in een steeds sneller veranderende maatschappij? Of is het
toevallig deze economische maatschappij, waarbij aan alles een
prijskaartje hangt, zodat je je het simpelweg niet kunt veroorloven om
zonder geld te zitten. En inherent daaraan, geen baan = geen status?

Innovatie en belang

Sprak Balkenende een paar jaar geleden al niet over innovatie en het
belang ervan voor onze gehele samenleving? Maar hoe kun je nu
vernieuwend zijn, als er een sociaal vangnet van de wieg tot het graf
op eenieder van ons staat te wachten zodra het even tegenzit? Dat noem
ik tegenstrijdige signalen afgeven, en een houding gericht op zekerheid
creëren waarvan mijn vriend en collega hrm-ers een mooi voorbeeld zijn.

Wij HRM-ers pretenderen geen vastgeroeste medewerkers te willen. Een
leven lang leren is het devies in theorie. Maar waarom is men dan zo
huiverig als ik deze plannen tentoonspreidt? We zouden er goed aan doen
minder krampachtig vast te houden aan al onze verworvenheden. Want
gingen wij HRM-ers niet voor employability en bijvoorbeeld levensloop?
De Indiase filosoof Rabin Dranath verwoord heel mooi hoe een einde
automatisch een nieuw begin betekent, wat menigeen over het hoofd ziet
omdat wij alles onder controle willen houden. 'Als oude woorden sterven
op de tong, ontspuiten zich nieuwe melodieën aan het hart. En wanneer
er van oude sporen wordt afgeweken, openbaart zich nieuw land met al
z'n wonderen'.

Risico wordt beloond

Dat blijkt. Want hoewel niet nagestreefd, kwamen er een paar weken voor
mijn vertrek twee interessante vacatures op mij af. Zonder dat ik
daarvoor ook maar een vinger had uitgestoken.

De invloed van cultuur

Menig Nederlander heeft geen flauw benul hoezeer hij beïnvloed is door
de cultuur waarin hij leeft, werkt en ontspant, en daarmee onze
gekleurde bril waarmee wij naar de wereld om ons heen kijken. Een
tijdje buitenland zou ze goed doen...


Door : Rosita Havekes | 09-10-2006 14:23 | Categorie : Internationaal HRM (1)
Nieuwsbrief
Neem contact op
Rubrieken
Laatste commentaar
Zoek een artikel
Archief
Bloggen
Blogroll